DIY: Jurassic Park vol vleeseters

Ken je Jurassic Park nog? Die blockbuster waarvan verschillende sequels zijn gemaakt, met monsterlijke dino’s in de hoofdrol? Nu is het tijd om je eigen biotoop vol vleeseters te creëren!
In de kaskraker van Steven Spielberg uit 1993 vallen verschillende pretparkbezoekers ten prooi aan de bloeddorstige vraatlust van de meest moordlustige machines die ooit op onze planeet hebben rondgelopen. Zo ver moet je het natuurlijk niet zoeken, maar een groene oase vol vleesetende planten, op zoek naar al even weerloze slachtoffers, kun jij natuurlijk wel nabootsen.

Supercool in de ogen van het jonge volkje en bovendien nog eens megahandig ook om je deze zomer te ontdoen van die vervelende muggen, vliegen en wespen waar je anders toch maar hoorndol van wordt. Zonder vliegenmepper, zonder elektrische raket! Dodelijk verleidelijk toch?


1. VENUSVLIEGENVANGER

Deze bekende vleesetende plant uit de zonnedauwfamilie heeft weinig compassie met vliegende stoorzenders. Eerst windt hij ze probleemloos om zijn vinger met zoete nectar en bloedrode bekje. Eens de indringer tweemaal binnen 20 seconden de voelhaartjes (precies tandjes) beroert, klapt zijn bek genadeloos dicht. De rest is geschiedenis.

De venusvliegenvanger (of venusvliegenval) verteert het insect tergend traag met een afscheidingsvloeistof (hij kan er wel 10 dagen van smullen). Zo snoept hij een paar maal, tot hij afsterft en er weer nieuwe bladeren aangroeien die soms witte bloempjes opleveren.

The Venus Flytrap 2

GOOD TO KNOW

  • Plaag hem niet, zelfs niet met een stukje vlees. Eens dichtgeklapt, heeft de venusvliegenvanger veel energie nodig om weer te rebooten. Bovendien klapt hij in zijn leven maar een zestal keer dicht.
  • Zet hem in het zonnetje, in lichtvochtige grond.
  • Op leidingwater is hij niet tuk, tenzij gekookt en afgekoeld. Regenwater en gedestilleerd water drinkt hij ook.
  • Bruine blaadjes snoei je weg.
  • Geeft hij geen teken van leven meer: geen paniek, hij is niet dood. Hij vertoeft alleen maar in winterslaap.
  • Dat hij ook vingers lust, is een fabeltje. Oef!

2. TROMPETBEKERPLANT

Nog zo’n killer die over lijken gaat. Eens de genodigde gast zich in de glinsterende kelk verlekkert aan druppeltjes nectar, is er no way back. De klep gaat dicht terwijl de wanden van de Sarracenia of (trompet)bekerplant fungeren als glijbaan. De blije bromvlieg eindigt zo als bedrogen brompot. Meer bloederige details? Wel, hij wordt nog in een zuurbad opgelost ook. Wie zei daar weer dat schoonheid bedriegt?

©mooiwatplantendoen.nl

Akelige verwanten zijn de zonnebekerplant (of Heliamphora, zonder deksel) met naar de moordkuil wijzende haren en de Cobralelie (Darlington californica) waarvan het lelievormige blad lijkt op een rechtopstaande cobra met al even dodelijke trekjes (namelijk weerbarstige haartjes).

ZO VERZORG JE HEM

  • De bekerplant is niet alleen eetgraag maar ook dorstlustig. Zet hem op een schoteltje dat je dagelijks vult met een scheut water.
  • Dit mannetje is geen zonneklopper. Plaats hem wel in het licht.
  • Je doet er goed aan hem te potten in speciale grond voor vleesetende planten.
  • Van november tot maart gaat hij met wintervakantie (op een plekje tussen 0 en 12 graden). Nadien verhuis je hem (naar een ruimte boven 12 °C) waar hij weer openbloeit.

3. ZONNEDAUW

De Drosera of zonnedauw is het broertje van de venusvliegenvanger. Kom je bij deze sluipmoordenaar op bezoek, word je genadeloos… gewurgd. De zonnedauw bezit kleverige blaadjes die ontzettend aantrekkelijk zijn voor vliegende insecten. Eens geland blijven ze aan de ‘dauw’ of lijm vastkleven, waarna ze met tentakeltjes toegedekt worden. Een driest lot is hen dan beschoren: ze kunnen niet meer weg, worden gewurgd, waarna de zonnedauw de sappen uit zijn prooi zal zuigen… Grrrr…uwelijk, niet?

DURF JIJ ‘M AAN?

  • Met insecten heeft hij geen mededogen, maar voor mensen is de zonnedauw volstrekt ongevaarlijk.
  • Deze patser heeft grote honger: zelfs libellen speelt hij vanzelf naar binnen.
  • Plaats hem uit de volle zon, maar wel in het daglicht.
  • Schenk hem gedestilleerd water of regenwater. Leidingwater moet je eerst koken en dan afkoelen.
  • Onthoud: arme, lichtvochtige grond aub.

4. TROPISCHE BEKERPLANT

Als schoonheid een naam heeft, komt deze predator aardig in de buurt. Met zijn majestueuze en sierlijke vangbeker betovert de Nepenthes ogenblikkelijk elke voorbijganger. Bedwelmd door zoveel gratie steekt de nieuwsgierige bezoeker er zijn neus binnen, dringt dieper door naar de bodem, waar hij binnen de kortste keren ten prooi valt aan de kleverige siroop.

Terwijl de tropische bekerplant alweer wacht op zijn volgend slachtoffer, ondergaat de infiltrant een gruwelijke verdrinkingsdood…

nepenthe

  • De Nepenthes is verkrijgbaar als hang- of staplant.
  • Voor extra bekers: snoei hem bij en laat hem baden in het zonlicht. Ook hier wordt gulzigheid afgestraft: géén volle zon!
  • Zelfs meelwormen en sprinkhanen hapt hij naar binnen.
  • Besprenkel de kluit en vernevel, met regenwater of gedestilleerd water.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: